Over staatshervormingen en prikacties

 

Ik heb drie staatshervormingen meegemaakt. De eerste, de grendelgrondwet, voerde een afkooksel van wat men toen culturele autonomie durfde te heten. Hij ging gepaard met een gebiedsuitbreiding van de Franstalige hoofdstad Brussel en een voortschrijdende economische machtsconcentratie in het Brusselse gebied. Het Egmontpact heeft het Brussels Gewest nog versterkt en de Vlamingen in de hoofdstad tot een monddode minderheid herleid. De Sint-Michielsakkoorden waren een grote stap vooruit op het vlak van een zinnigere bevoegdheidsverdeling tussen federale en regionale overheid: industrieel beleid en onderwijs bijvoorbeeld, werden gewestelijke materie. De oplossing voor Brussel bleef echter uit; de Vlaamse leden in de Brusselse regering hebben geen vetorecht en geen werkelijke macht. Vic Anciaux, die de Brusselse aangelegenheid onderhandelde namens de VU, was hiervan op de hoogte lang voordat hij die overeenkomst heeft goedgekeurd. Het Derde Gewest is een feit geworden.

En dan kom ik bij een aanverwante vraag. N.a.v. Egmont gingen Anciaux en Schiltz uit van de stelling dat het pact de pacificatie zou brengen. Een nieuwe staatshervorming was er niet meer nodig om België voortaan vreedzaam en doeltreffend te kunnen besturen. Egmont bracht echter niet de gedroomde pacificatie. Daarna verzekerden Anciaux – en tijdelijk ook Schiltz – dat het Sint-Michielsakkoord dan wél de pacificatie zou brengen zodat zij de laatste van alle staatshervormingen zou worden. Ook Coppieters zei zulks in zijn Sinjaal aan de Vlaamse natie. Ondertussen is Schiltz openlijk op die stelling teruggekomen.

Het is inderdaad de laatste staatshervorming niet. Van den Brande zegt dit openlijk. Vermoedelijk is hij daarom precies de kop van jut bij de nieuwe Belgen van de Vlaamse schrijversgilde. En toch heeft Van den Brande op dat punt het gelijk aan zijn kant. Bepaalde communautaire knelpunten zijn immers door Sint-Michiel niet zinvol geregeld. Er zit nog te veel communautaire conflictstof ingebakken in de plooien van zijn kleren, o.m. wat betreft het statuut van Vlaanderen in de EU, de anti-productieve en onzindelijke geldtransferten, het statuut van de Nederlandstaligen in Brussel en het statuut van de Franstaligen in Vlaams-Brabant. Zoals daarnet gezegd is deze conflictstof onderhuids aan het aanzwellen. Er hoopt zich ongemerkt etter op in de zwakke plekken van de Sint-Michielsakkoorden. Op een bepaald ogenblik zullen deze zweren openbarsten. Voegen wij daaraan toe dat de Sint-Michielsakkoorden moeten herzien worden, onafgezien de communautaire pijnpunten die zij bevatten. In de betrokken akkoorden zijn nl. gewoonweg een aantal ontoelaatbare inconsistenties geslopen, die er dringend dienen uit verwijderd te worden.

Als de pacificatie er vooralsnog niet komt, stelt zich onmiddellijk de vraag hoe de Vlaamse Beweging zich op de volgende staatshervorming zal voorbereiden en hierbij zijn krachten zal bundelen en aanwenden. Het zou een illusie zijn te menen dat deze nieuwe staatshervorming geen wrijvingspunten zal inhouden op communautair vlak. Al degenen die nu beweren dat de kous af is en dat er niet meer moet gestreefd en gestreden worden, draaien de Vlaamse Beweging een rad voor de ogen. Vlaanderen zal zijn plaats in de wereld verder moeten bevechten, zowel op economisch, sociaal als cultureel vlak! Waarschijnlijk is de tijd van de Vlaamse massamanifestaties definitief voorbij. Tot op zekere hoogte zijn massamanifestaties immers de uitdrukking van opgekropte wanhoop en machteloosheid. Maar dat betekent niet dat Vlaanderen alle drukkingsmiddelen zou moeten vaarwel zeggen, waaronder bijvoorbeeld prikacties. Zoals de vakbonden de stakingen niet kunnen afzeggen als drukkingsmiddel in het sociaal overleg, zo kan ook de Vlaamse Beweging niet afzien van de drukkingsmiddelen die binnen een democratische staatsordening toelaatbaar zijn. Prikacties behoren daartoe, op voorwaarde dat er voldoende waarborgen zijn dat ze niet ontaarden in zinloos en nodeloos geweld. In de periode 1975-1981 werden die voorzorgen nauwgezet in acht genomen. TAK was klaar in zijn doelstellingen: het ging er om Vlaamse grieven in de kijker te brengen op een ludieke manier. De prikacties werden door journalisten uitvergroot weergegeven in De Standaard, GvA, Het Belang en Het Volk zodat zij de nodige weerklank vonden bij de bevolking. Deze weerklank in (een deel) van de schrijvende pers weerhield er de TAK-leiding van zich te laten verleiden in een escalerende geweldspiraal om toch maar de krantenkoppen te halen. Bovendien had de TAK-leiding bepaalde waarborgen verstrekt, meer bepaald dat zij de beweging niet zou laten afdrijven in extreem-rechts vaarwater. Niet-militanten en niet-Taktivisten uit de Vlaamse Beweging hielpen mede een beschermend cordon op te bouwen omheen sommige jongere of voortvarende militanten teneinde ontsporingen en "bravures" te voorkomen. Zo herinner ik mij dat de hartlijder Wim Jorissen (naast vele andere parlementairen) enkele maanden voor zijn dood nog in Voeren aanwezig was, enerzijds om verhitte actievoerders tot bedaren aan te manen als zulks nodig zou blijken, en anderzijds om moegetergde rijkswachters te weerhouden van domme overreacties. Zo een onafgesproken netwerk van ongeschreven spelregels is enkel in België mogelijk, zo heb ik althans ervaren van 1975 t.e.m. 1981, in welke periode ik het TAK van dichtbij heb gevolgd. Zoals TAK uniek is, zo was eigenlijk ook de Belgische rijkswacht uniek geworden: na vijftig jaar ervaring met Vlaamse betogers had zij zich een gedragscode opgebouwd die enig is in Europa. De Ieren, Serviërs, Corsicanen en Basken kunnen er een puntje aan zuigen: zowel de activisten als de ordehandhavers.

Als wij vandaag de dag als Vlamingen in de wereld terechtkomen bij mensen die iets van België afweten, dan worden wij meer en meer geconfronteerd met de vraag: hoe konden jullie het klaarspelen een groot deel van uw rechten af te dwingen zonder in een spiraal van uitzichtloos geweld terecht te komen? In die vraag klinkt bewondering door en deze is niet onverdiend. Zij geldt ook voor de vele actievoerders die ooit in de holle wegen van Voeren kat en muis hebben gespeeld met rijkswachters uit de kazerne van Etterbeek.

prof. dr. Jef Maton

terug