23/11/2006 --

 

TAK kan zich maar beter terugtrekken uit de Rand …

 

… tenminste als we de VUB-politicologen Fanny Wille en Kris Deschouwer mogen geloven. In De Morgen van 23/11/2006 spraken zij krachtens een opmerkelijke studie tegen dat de Franstalige partijen alhier almaar meer succes zouden boeken. TAK was er als de kippen mij om te reageren; niet omdat we het jammer zouden vinden moest de verfransing inderdaad een halt zijn toegeroepen (integendeel), wel omdat we wilden voorkomen dat de halve waarheden van Deschouwer klakkeloos door de media zouden worden overgenomen. We haalden met onze reaktie FM Brussel, maar de overige media lieten Deschouwer zonder veel zin voor kritiek aan het woord. Jammer. Wat nu volgt is een samenraapsel van de argumenten die we in twee persmededelingen uiteenzetten (een eerste PM werd verstuurd als reaktie op basis van hetgeen beschikbaar was aan informatie uit artikel in De Morgen, de tweede PM werd uitgebracht toen bleek dat De Morgen een overdrijving had gebracht van de overdrijving die de studie Wille en Deschouwer al was).

 

De auteurs schatten het percentage Franstalige stemmen in de faciliteitengemeenten op 75%

Dit cijfer is duidelijk een (foute) optelsom van de resultaten van de Franstalige lijsten (net geen 60%) en die van de tweetalige lijsten (minder dan 14%). Dit is een totaal foutieve benadering. Haal bijvoorbeeld in Wemmel de stemmen van burgemeester Van Langenhove uit het resultaat van de taalgemengde lijst (hij mag dan nog niet onze beste vriend zijn, hij is nog altijd Nederlandstalig) en de taalgemengde lijsten houden nog 10% over. Het behoeft geen betoog dat dit aantal verder zou dalen indien we dezelfde oefening zouden maken voor alle Nederlandstalige kandidaten op deze taalgemengde lijsten.

 

De auteurs beweren dat de Franstalige stemmen blijven schommelen rond de 13%.

Om tot dat cijfer te komen, nemen de professoren ook de gemeenten zonder Franstalige lijsten op in de beschouwing. Statistisch perfekt verdedigbaar, politiek (tenslotte bracht de studie toch een politieke boodschap) een laakbare benadering. De auteurs menen de afwezigheid van een Franstalige lijst te kunnen duiden als een teken van de integratiewil van de aldaar aanwezige anderstaligen; wij zijn eerder de mening toegedaan dat dit te maken heeft met een gebrek aan politiek personeel. De provincieraadsverkiezingen geven ons op dat punt gelijk. In het kanton Dilbeek kon men enkel in Dilbeek voor een Franstalige lijst stemmen voor de gemeente; wat 3990 ook effectief deden. Indien de redenering van de professoren zou kloppen verwachten we voor de provincie een gelijkaardig, of zelfs iets slechter resultaat (want hier geen EU en niet-EU-onderdanen); quod non, UF haalde 5373 stemmen. Het cijfer van 13% is dus een onderschatting van het probleem.

 

De auteurs spreken van een dalende trend ten opzicht van 1976.
Deze stelling gaat enkel op als we de twee voorgaande fouten (meetellen van tweetalige lijsten bij Franstalige lijsten in de faciliteitengemeenten en het negeren van de verfransing in gemeenten zonder Franstalige lijst) combineren. Dat de stelling goed fout is bewijst overigens de evolutie van de Franstalige lijsten op die plaatsen waar ze systematisch werden ingediend. Met uitzondering van Grimbergen (-0,5%) gaan die lijsten overal vooruit (soms met meer dan 5%). Een trend die bevestigd wordt door de evolutie van UF bij de provincieraadsverkiezingen.

 

De vraag kan/moet gesteld worden waarom Wille en Deschouwer zich tot dergelijke onwetenschappelijke prietpraat lateen verleiden. De reden is simpel en moet gezocht worden in de belgistische trekjes van deze laatste. Voor hen is de Rand (en Brussel) natuurlijk een doorn in het oog, want net op die ene plaats waar Vlamingen en Franstaligen moeten samenleven, net daar lukt het niet (of de Rand als het ware als afspiegeling van de onmogelijkheid van de Belgische constructie). En dus wordt het probleem van de verfransing geminimaliseerd (zodat Vlaanderen ophoudt met zich te ergeren aan de onwil van de Franstaligen aldaar), en dus wordt het probleem opgeblazen in de faciliteitengemeenten (in de hoop dat Vlaanderen deze gemeenten opgeeft, wat het vinden van toekomstige Belgische compromissen iets eenvoudiger zou kunnen maken).

 

Met alle Chinezen, maar niet met den deze!