03/12: Na (of voor?) de crash
Rubriek: Formatie 2007
Geplaatst door: winnetoe
Een raak opiniestuk van Peter De Roover in De Standaard van vandaag
Al op 11 juni was het duidelijk: als de partijen een beetje vasthouden aan hun verkiezingsbeloften, dan kan er geen Belgische regering meer gevormd worden. In Vlaanderen wonnen de partijen die meer bevoegdheden naar de deelstaten willen overhevelen. Franstalig België koos daar nadrukkelijk tegen. De voorbije 176 dagen hebben dat alleen maar bevestigd en dus staan we nog steeds nergens.
Franstalig België is als de dood voor nieuwe eigen bevoegdheden. Reynders probeerde de impasse te doorbreken met het handigheidje dat de overwinning van zijn MR op de PS al een staatshervorming op zich is. Alsof de PS definitief zou zijn uitgeschakeld en alsof de Vlaamse zelfbestuurgedachte wortelt in anti-socialisme. Hij vroeg er begrip voor geen bevoegdheden te willen overhevelen naar een niveau waar zijn politieke tegenstander de plak nog altijd zwaait. Vanuit diezelfde redenering mocht men verwachten dat de PS gedreven voorstander zou zijn van een grote staatshervorming. Maar blijkbaar heeft zelfs di Rupo geen vertrouwen in de daadkracht van de Waalse regering, die nochtans door zijn partij wordt geleid.
Voor de Franstaligen bestaat er één groot angstscenario: zelf de eigen regio moeten besturen zonder Vlaamse ondersteuning. Hoe kan een regio zo wegzinken in een minderwaardigheidscomplex? Wie graag pleit voor de Belgische 'solidariteit', wekt de indruk dat de sterke regio medicijnen beschikbaar stelt aan de zwakkere. In feite zijn de transfers geen medicijnen, maar pijnstillers. Het is geweten dat langdurig gebruik van pijnstillers tot verslaving en lethargie leidt. De Belgische constructie heeft Wallonië blijkbaar elke vorm van zelfvertrouwen ontnomen. Vandaar de blokkage.
De Vlaamse partijen wordt in sommige kringen verweten aan opbodpolitiek te doen. De feiten spreken dat tegen. De N-VA ziet weliswaar een zelfstandig Vlaanderen als einddoel, maar zelfs die groep stelde België nooit ter discussie. Van het begin maakten de Vlaamse partijen de kiezer duidelijk dat ze de vijf Vlaamse resoluties als uitgangspunt willen nemen, maar die zeker niet in hun geheel zouden kunnen realiseren. Voor alle duidelijkheid: geen van die resoluties - opgenomen in het vorige en het huidige Vlaamse regeerakkoord - houdt ook maar één anti-Waalse eis in. De transfers waren geen thema in de onderhandelingen en werden nooit betwist. De Vlaamse eisen verschenen in erg verbleekte vorm op tafel. Op den duur leken de bijna-akkoorden op de resoluties zoals mijn afgebladderde voordeur op een schilderij van Breughel. Op beide hangt verf.
Maar zelfs met die uiterst voorzichtige aanpak kon men geen doorbraak forceren en de verkramping aan Franstalige zijde milderen. Blijkbaar biedt zelfs een 'super-redelijke' Vlaamse benadering geen uitweg meer.
Zo vergleed het boeiende maatschappelijke debat over een echt project naar afstompende kommaneukerij, waar het publiek terecht de schouders voor ophaalde.
Vakbondskringen, maar ook anderen, pleiten ervoor om de communautaire problemen dan maar weer in het koelvak te schuiven. Alsof een rottende vis weer vers wordt door hem een tijdlang in te vriezen. 'Want er is dringend nood aan een regering', luidt de grote waarheid. Deze pleidooien komen er op neer dat de verkiezingsbeloften worden opgeborgen en de kiezer als een vervelend detail opzijgeschoven wordt; dat de Franstalige agenda - geen staatshervorming - wordt uitgevoerd; en dat het kortetermijndenken weer de overhand krijgt op het uitwerken van de noodzakelijke ombouw van de Belgische constructie. Dat er even geen netten kunnen gespannen worden boven het binnenplein van de gevangenis van Dendermonde is een probleem. Maar de betaling van de pensioenen in 2020 of het verzekeren van een degelijke volksgezondheid voor de volgende generatie zijn uitdagingen van een hogere orde. Daarvoor is een grondige staatshervorming broodnodig.
De vraag of België nog mogelijkheden biedt om een toekomstgerichte politiek te voeren, dan wel een onneembare hinderpaal vormt, blijft nu al 176 dagen onbeantwoord. Hoe langer die vraag open blijft, hoe meer Vlamingen zullen besluiten dat het tweede antwoord het juiste is.
De Franstaligen hebben een unieke kans gemist om aan te tonen dat er nog zaken te doen zijn binnen het Belgische staatsverband. Het enige alternatief voor een grote staatshervorming blijft het versneld einde van België. De beste pleitbezorgers voor een onafhankelijk Vlaanderen zijn Milquet, Maingain, Reynders en Di Rupo. Zij brengen dit land in een regimecrisis.
Peter De Roover is politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging.
Franstalig België is als de dood voor nieuwe eigen bevoegdheden. Reynders probeerde de impasse te doorbreken met het handigheidje dat de overwinning van zijn MR op de PS al een staatshervorming op zich is. Alsof de PS definitief zou zijn uitgeschakeld en alsof de Vlaamse zelfbestuurgedachte wortelt in anti-socialisme. Hij vroeg er begrip voor geen bevoegdheden te willen overhevelen naar een niveau waar zijn politieke tegenstander de plak nog altijd zwaait. Vanuit diezelfde redenering mocht men verwachten dat de PS gedreven voorstander zou zijn van een grote staatshervorming. Maar blijkbaar heeft zelfs di Rupo geen vertrouwen in de daadkracht van de Waalse regering, die nochtans door zijn partij wordt geleid.
Voor de Franstaligen bestaat er één groot angstscenario: zelf de eigen regio moeten besturen zonder Vlaamse ondersteuning. Hoe kan een regio zo wegzinken in een minderwaardigheidscomplex? Wie graag pleit voor de Belgische 'solidariteit', wekt de indruk dat de sterke regio medicijnen beschikbaar stelt aan de zwakkere. In feite zijn de transfers geen medicijnen, maar pijnstillers. Het is geweten dat langdurig gebruik van pijnstillers tot verslaving en lethargie leidt. De Belgische constructie heeft Wallonië blijkbaar elke vorm van zelfvertrouwen ontnomen. Vandaar de blokkage.
De Vlaamse partijen wordt in sommige kringen verweten aan opbodpolitiek te doen. De feiten spreken dat tegen. De N-VA ziet weliswaar een zelfstandig Vlaanderen als einddoel, maar zelfs die groep stelde België nooit ter discussie. Van het begin maakten de Vlaamse partijen de kiezer duidelijk dat ze de vijf Vlaamse resoluties als uitgangspunt willen nemen, maar die zeker niet in hun geheel zouden kunnen realiseren. Voor alle duidelijkheid: geen van die resoluties - opgenomen in het vorige en het huidige Vlaamse regeerakkoord - houdt ook maar één anti-Waalse eis in. De transfers waren geen thema in de onderhandelingen en werden nooit betwist. De Vlaamse eisen verschenen in erg verbleekte vorm op tafel. Op den duur leken de bijna-akkoorden op de resoluties zoals mijn afgebladderde voordeur op een schilderij van Breughel. Op beide hangt verf.
Maar zelfs met die uiterst voorzichtige aanpak kon men geen doorbraak forceren en de verkramping aan Franstalige zijde milderen. Blijkbaar biedt zelfs een 'super-redelijke' Vlaamse benadering geen uitweg meer.
Zo vergleed het boeiende maatschappelijke debat over een echt project naar afstompende kommaneukerij, waar het publiek terecht de schouders voor ophaalde.
Vakbondskringen, maar ook anderen, pleiten ervoor om de communautaire problemen dan maar weer in het koelvak te schuiven. Alsof een rottende vis weer vers wordt door hem een tijdlang in te vriezen. 'Want er is dringend nood aan een regering', luidt de grote waarheid. Deze pleidooien komen er op neer dat de verkiezingsbeloften worden opgeborgen en de kiezer als een vervelend detail opzijgeschoven wordt; dat de Franstalige agenda - geen staatshervorming - wordt uitgevoerd; en dat het kortetermijndenken weer de overhand krijgt op het uitwerken van de noodzakelijke ombouw van de Belgische constructie. Dat er even geen netten kunnen gespannen worden boven het binnenplein van de gevangenis van Dendermonde is een probleem. Maar de betaling van de pensioenen in 2020 of het verzekeren van een degelijke volksgezondheid voor de volgende generatie zijn uitdagingen van een hogere orde. Daarvoor is een grondige staatshervorming broodnodig.
De vraag of België nog mogelijkheden biedt om een toekomstgerichte politiek te voeren, dan wel een onneembare hinderpaal vormt, blijft nu al 176 dagen onbeantwoord. Hoe langer die vraag open blijft, hoe meer Vlamingen zullen besluiten dat het tweede antwoord het juiste is.
De Franstaligen hebben een unieke kans gemist om aan te tonen dat er nog zaken te doen zijn binnen het Belgische staatsverband. Het enige alternatief voor een grote staatshervorming blijft het versneld einde van België. De beste pleitbezorgers voor een onafhankelijk Vlaanderen zijn Milquet, Maingain, Reynders en Di Rupo. Zij brengen dit land in een regimecrisis.
Peter De Roover is politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging.