Ons land zit op dit ogenblik opgescheept met een noodregering én een konijn. Dat konijn verwijst niet naar Verhofstadt, maar wel naar zijn communautaire nota. Die stelt dat Vlaanderen eindelijk het minderhedenverdrag moet ondertekenen, al zouden alleen de Duitstaligen (en dus niet de Franstaligen) als nationale minderheid erkend worden. Die gespleten situatie zal Vlaanderen op termijn de das omdoen ...

De Balkan
Waarover gaat het? Historisch gezien zit Europa met een probleem opgezadeld: ons continent wordt bewoond door vele volkeren die elk in een eigen territorium wonen. De geschiedenis heeft er echter voor gezorgd dat bepaalde naties eruit zien als een lappendeken van volkeren, talen en culturen. Deze naties zijn nooit tot stand gekomen door de vrije wil van de volkeren die er deel van uitmaken. Zij zijn het resultaat van oorlog, veroveringsdrang en onderdrukking. De Balkan is een zeer sprekend voorbeeld: de grenzen ginds lopen dwars door gebieden waar één bepaald volk leeft.

Maar de Balkan is slechts één voorbeeld. Een gelijkaardige situatie kennen de Friezen in Nederland; de Sorben, Friezen en Denen in Duitsland; de Slovenen in Oostenrijk; de Vlamingen, Basken, Bretoenen, Catalanen, Elzassers, Corsicanen en Occitanen in Frankrijk; en de Duitstaligen in Wallonië.

Bescherming van minderheden
De Raamovereenkomst van de Raad van Europa ter Bescherming van de Nationale Minderheden wilde na de val van de muur deze minderheden een zekere bescherming verlenen door hen, via het verdrag, taal- en cultuurrechten toe te kennen. Die wil om de taal en cultuur van meestal verdwijnende volkeren te beschermen, is toe te juichen.

Maar zoals zo vaak het geval is bij multilaterale verdragen, die tot stand komen na lange onderhandelingen, blinkt ook dit verdrag uit in vaagheid. Het geeft geen definitie van wat een nationale minderheid is, maar laat het over aan de verdragspartijen om te bepalen wie in aanmerking komt voor die status.

De taalgrens
In de periode tussen de Belgische onafhankelijkheid en de jaren 1960 verkeerde Vlaanderen in een toestand van onderdrukking. In het Belgique à Papa was Frans de enige taal van overheid, gerecht en onderwijs. Dat was op zich al een ongewone situatie: de Vlamingen maakten immers de meerderheid van de bevolking uit. Slechts na een lange en moeizame strijd hebben wij, Vlamingen, officiële erkenning gekregen voor onze taal en cultuur. Op vraag van de Franstaligen werd er een eentalig Wallonië geschapen. Vlaanderen werd eerst tweetalig verklaard, daarna als eentalig gebied erkend. Daartoe moest Vlaanderen wel een prijs betalen: een “correctie” van de grenzen. Die kwam er in 1963 met de vastlegging van de taalgrens. Een aantal Nederlandstalige gemeenten en wijken van gemeenten werd van Wallonië naar Vlaanderen overgeheveld, een groter aantal Franstalige gemeenten (of gemeenten die officieel als Franstalig aangeduid werden) werd van Vlaanderen losgemaakt en bij Wallonië aangehecht. Dit alles had één doel: homogene taalgebieden scheppen waarin geen “minderheden” woonden. Alleen in een beperkt aantal faciliteitengemeenten en in Brussel werd er afgeweken van strikt eentalige taalregimes. Een balkanisering werd voorkomen. Er werd een duidelijke situatie geschapen.

Vlaanderen heeft die duidelijke toestand echter zwaar moeten betalen: er kwam pariteit tussen Vlamingen en Franstaligen op ministerieel niveau en een oververtegenwoordiging van Franstaligen in het parlement (een Franstalige heeft 6000 stemmen minder nodig om verkozen te raken dan een Nederlandstalige).

Maar in principe werd België opgedeeld in drie homogene taalgebieden (NL-FR-D) en één tweetalig gebied. Elke Franstalige die zich na 1963 (vastlegging van de taalgrens) in Vlaanderen is komen vestigen, wist duidelijk dat hij naar het Nederlandstalige Vlaanderen verhuisde. In dat opzicht verschilt hij in niets van een Duitser, Italiaan, Spanjaard of Griek die in Vlaanderen komt wonen.

Waarom Vlaanderen het Verdrag niet mag ratificeren
De Franstaligen hebben hun droom om een Franstalig België te verkrijgen nooit opgeborgen. In tegenstelling tot vroeger eisen zij vandaag niet dat Vlamingen in het Frans naar school gaan of Frans gebruiken in het parlement, de rechtzaal of gemeenteraad. Maar ze eisen wél dat zij, ook in het eentalige Vlaanderen, zich altijd en overal van het Frans kunnen bedienen zonder gedwongen te worden het “minderwaardige” Nederlands te gebruiken. Het is, zoals vroeger, opnieuw de Nederlandstalige die zich moet aanpassen aan de Franstalige. Dat gaat ten koste van de duur bevochten Vlaamse eigenheid.

Franstaligen blijven Vlaanderen en het Nederlands minachten. In veel opzichten bekijken zij Vlaanderen als een uitbreidingsgebied, een gebied dat nog tot beschaving – de Franse taal – moet gebracht worden. Vlaanderen is daarbij een indianenreservaat waar de inboorlingen zichzelf mogen zijn als ze het écht wensen, maar waar het herenvolk (de Franstaligen) in geen geval kan verplicht worden zich te verlagen tot navolging van de zeden, gewoonten en taal van de inboorlingen, de Vlamingen. De Franstalige taalonderwijspolitiek is daar een mooi voorbeeld van: het Nederlands, de taal van de meerderheid in België, is geen verplicht schoolvak in Wallonië. Het Frans, de taal van de minderheid, is echter wél een verplicht schoolvak in Vlaanderen …

De geschiedenis heeft duidelijk gemaakt dat de Franstaligen niet van plan zijn de Vlamingen als een volk met een eigen taal en cultuur te erkennen of te respecteren. Er wordt alles aan gedaan om Vlaanderen stukje bij beetje te verfransen. Alle middelen zijn daarom goed. Hoewel de Franstaligen in België historisch de onderdrukkende minderheid zijn en er zelfs voor gezorgd hebben dat ze ondanks de verschillende taalwetten en staatshervormingen onevenredig veel macht behielden – een beetje zoals de Rhodesiër Ian Smith bij de onafhankelijkheid van Zimbabwe onevenredig veel macht veroverde voor de blanke Zimbabwanen – willen ze koste wat het kost hun macht opnieuw uitbreiden.

Vlaanderen heeft sinds de vastlegging van de taalgrens, de taalwet steeds trouw uitgevoerd. Het organiseerde Franstalig onderwijs in de Vlaamse faciliteitengemeenten en zorgde ervoor dat de Franstalige inwoners in de relatie met hun faciliteitengemeenten het Frans konden gebruiken. In Wallonië en Brussel werd de wet niét of niet helemaal toegepast. In geen enkele Waalse gemeente met faciliteiten voor Nederlandstaligen kwam er Nederlandstalig basisonderwijs. Zelfs het kleine Nederlandstalige schooltje in Komen wordt nog steeds geboycot door Wallonië: Vlaanderen moet daar zelf het onderwijs organiseren en betalen. In Brussel werd en wordt de tweetaligheid met voeten getreden, steeds ten nadele van de Nederlandstaligen.

En nu komt daar het minderhedenverdrag bij. De Franstaligen stellen zich in het buitenland niet voor als een bevoorrechte minderheid die sinds de onafhankelijkheid België geregeerd heeft tegen de wil van de Nederlandstalige meerderheid in, maar als een onderdrukte minderheid wier rechten met voeten wordt getreden door de imperialistische Vlamingen. Dat de Franstaligen zélf vragende partij waren voor homogene taalgebieden, ze meer politieke macht in handen hebben dan hun aantal toelaat, ze afgesloten akkoorden met Vlaanderen niet naleven en zich pertinent weigeren aan te passen in Vlaanderen, wordt verzwegen. Vlaanderen zal hangen.

In dat opzicht is het levensgevaarlijk voor Vlaanderen om het minderhedenverdrag te onderteken. België heeft dat verdrag ondertekend met het voorbehoud dat alleen de Duitstaligen in aanmerking komen voor het statuut van minderheid. Maar dat voorbehoud bindt de Raad van Europa geenszins: het is een beperkende interpretatie voor binnenlands (Belgisch) politiek gebruik. Eens het verdrag ondertekend is, kunnen de Franstaligen naar het verdrag verwijzen en zich beroepen op de vage bepalingen ervan (dat is ook de stelling van professor Lagasse – ULB – die in dit dossier een grote invloed uitoefent op de Franstalige partijen). Het voorbehoud zal ongetwijfeld bij elke regeringsformatie opnieuw moeten onderhandeld en afgekocht worden door de Vlaamse onderhandelaars. Het zal een politieke pasmunt worden vergelijkbaar met de officiële Brusselse tweetaligheid: nooit gerespecteerd maar steeds weer te onderhandelen en te betalen door Vlaanderen. Bovendien wordt de toepassing van het verdrag ook op internationaal vlak pasmunt en kan Vlaanderen onder politieke en economische druk komen te staan waardoor het zich verplicht ziet rechten toe te kennen aan de Franstaligen.

Vlaanderen mag niet in die val trappen. Vlaanderen mag zich niet de handen laten vastbinden. Vlaanderen mag de eigen taal en cultuur, de eigen autonomie niet laten ontfutselen via de slinkse weg van de ratificatie. Eens het verdrag ondertekend, is er geen weg terug. De klok zal dan 100 jaar teruggedraaid worden. De weg naar de verfransing van Vlaanderen zal weer wijd open liggen ...

Lees hier de Nederlandse vertaling van de raamovereenkomst ...

Lees hier meer achtergrond over de raamovereenkomst ...

Lees hier over de totstandkoming van de taalgrens ...

Lees hier de Franstalige visie op de totstandkoming van de taalgrens ...

Lees hier een zeer militant-Franstalige opvatting over taal, taalgebruik en taalgrens ...

Lees hier de Franstalige visie op minderheden

Lees hier hoe het FDF zich voorbereidt op een ruime interpretatie van het verdrag ...

Lees hier een wetsvoorstel uit 1986 dat probeerde Franstaligen het recht te geven zich in het Frans uit te drukken in de Vlaamse Raad, verwijzend naar internationale verdragen ...

Lees hier een artikel verschenen in La Libre Belgique over de vergaande gevolgen van het verdrag ...