In Gent en Leuven dienden vandaag 11 mensen zich te verantwoorden voor het tonen van burgerzin. Zij gingen in op een oproep van de werkgroep BHV (Haviko, VVB, TAK) en weigerden hun medewerking te verlenen aan de ongrondwettelijke verkiezingen van 10 juni jongstleden. Omdat belgië niet rijmt op democratie hoefden zij op geen mededogen te rekenen.

Vandaag heeft het Hof van Beroep te Gent vier BHV-dienstweigeraars, die nochtans door de correctionele rechtbank in Dendermonde waren vrijgesproken, na beroep van het openbaar ministerie, toch veroordeeld tot een boete van 275 €. De boete werd uitgesproken met uitstel van 3 jaar (wat betekent dat de boete niet betaald moet worden indien geen ernstige veroordelingen worden opgelopen binnen die termijn). De werkgroep BHV, die de BHV-dienstweigeraars juridisch ondersteunt, zal nu samen met de advocaten de motivering van het arrest van Gent onderzoeken en op basis van die analyse betrokkenen adviseren om al dan niet cassatieberoep aan te tekenen.

Vandaag ook werden zeven BHV-dienstweigeraars uit Leuven door de correctionele rechtbank te Leuven veroordeeld tot de ongebruikelijk hoge boete van 550 € (zonder uitstel), verhoogd met de gerechtskosten. Zoals voor de 36 BHV-veroordeelden in Brussel zal ook hier beroep aangetekend worden.

De werkgroep BHV is zeer geschokt door beide uitspraken. De BHV-dienstweigeraars zijn ernstige, geëngageerde en plichtsbewuste burgers die weigeren mee te werken aan de uitvoering van een kieswet die door het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) ongrondwettig en discriminerend werd bevonden. Zij hebben bij vroegere verkiezingen steeds hun taak als voorzitter of bijzitter in een kiesbureau opgenomen, maar weigerden dit nu om principiële redenen. Weigeren mee te werken aan de uitvoering van een discriminerende wet kan toch onmogelijk strafbaar zijn.

Bovendien gaat het overduidelijk om een politiek misdrijf, waarvoor volgens de grondwet enkel het Assisenhof bevoegd is. Het grondwettelijk recht van beklaagden om door een volksjury te worden beoordeeld wordt door de uitspraken dus genegeerd. Opvallend is dat alle hoven en rechtbanken die zich tot nu toe hierover uitspraken weigeren de vraag over het politiek karakter van de BHV-dienstweigering voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof, zoals het nochtans wettelijk moet. Blijkbaar vrezen ze dat het Grondwettelijk Hof hen wellicht op dit punt in het ongelijk zou stellen.

Natuurlijk is het makkelijker “kleine garnalen” die de rechtsstaat willen eerbiedigen te vervolgen en te veroordelen, dan de echte verantwoordelijken die weigeren gevolg te geven aan een bindende uitspraak van het Grondwettelijk Hof, en de rechtsstaat aldus saboteren.

Of zijn de hoven en rechtbanken bevreesd voor nog meer BHV-dienstweigeraars bij volgende verkiezingen ?