Van de 68 BHV-processen werden er reeds 65 beslecht. Die 65 leverden amper 3 vrijspraken op. 12 gemeenten uit Halle-Vilvoorde hebben inmiddels al beslist de aktie financieel te ondersteunen, daarnaast zijn er nog initiatieven van lokale Vlaams Belang en N-VA mandatarissen.

In totaal werden tot op heden 58 dienstweigeraars in eerste aanleg veroordeeld: 50 in Brussel, 7 in Leuven en 1 in Antwerpen. Tegen al deze veroordelingen werd beroep aangetekend bij het overeenkomstige Hof van Beroep. Op 7 en 8 april zal het Brusselse Hof van Beroep zich alvast buigen over 42 ervan.

Daarnaast werden ook reeds 4 dienstweigeraars, die vrijgesproken waren in eerste aanleg te Dendermonde, na beroep door het parket, veroordeeld door het Hof van beroep te Gent. Tegen deze uitspraken werd cassatieberoep aangetekend.

Verder waren er 3 vrijspraken (bvb omwille van fouten in de procedure). Drie zaken (2 in Oudenaarde en 1 in Turnhout) werden reeds gepleit in eerste aanleg maar wachten nog op de uitspraak respectievelijk op 28 maart en 9 april a.s.

Deze veroordelingen zijn onaanvaardbaar, en stuiten zowel juridisch als moreel tegen de borst. De BHV-dienstweigeraars zijn ernstige, geëngageerde en plichtsbewuste burgers die weigeren mee te werken aan de uitvoering van een kieswet die door het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) ongrondwettig en discriminerend werd bevonden. Zij hebben bij vroegere verkiezingen steeds hun taak als voorzitter of bijzitter in een kiesbureau opgenomen, maar weigerden dit nu om principiële redenen en gewetensbezwaren . Weigeren mee te werken aan de uitvoering van een discriminerende wet kan toch onmogelijk strafbaar zijn.

Bovendien gaat het overduidelijk om een politiek misdrijf, waarvoor volgens de grondwet enkel het Assisenhof bevoegd is. Het grondwettelijk recht van beklaagden om door een volksjury te worden beoordeeld wordt door de uitspraken dus volkomen genegeerd.

Opvallend is ook dat alle hoven en rechtbanken die zich tot nu toe hierover uitspraken weigeren de vraag over het politiek karakter van de BHV-dienstweigering voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof, zoals het nochtans wettelijk moet. Blijkbaar vrezen ze dat het Grondwettelijk Hof hen wellicht op dit punt in het ongelijk zou stellen.

Natuurlijk is het makkelijker "kleine garnalen" die de rechtsstaat eerbiedigen te vervolgen en te veroordelen, dan de echte verantwoordelijken die weigeren gevolg te geven aan een bindende uitspraak van het Grondwettelijk Hof, en de rechtsstaat aldus saboteren.

Stelselmatig schuiven de hoven en rechtbanken (met uitzondering van de correctionele rechtbank te Dendermonde, en 1 kamer van het Hof van Beroep te Gent bij vorige verkiezingen) de fundamentele rechtsvragen opzij zoals: het politiek karakter van het misdrijf, de door het Grondwettelijk Hof vastgestelde discriminatie en ongrondwettigheid van de kieskring BHV, het wettelijk verbod om mee te werken aan een discriminatie en nog zovele andere gegronde en wettige argumenten.

De indruk overheerst dat de hoven en rechtbanken ten allen prijze het regime willen ondersteunen, dat de BHV dienstweigeraars speciaal geviseerd worden en dat zij bovendien zwaarder gestraft worden dan echte spijbelaars. Er zouden zelfs bijzondere instructies uitgegaan zijn van het college van procureurs-generaal om de BHV-dienstweigeraars te vervolgen, maar tot nog toe werden die richtlijnen niet vrijgegeven (niettegenstaande herhaald verzoek).

Blijkbaar zijn de hoven en rechtbanken vooral bevreesd voor een lawine van BHV-dienstweigeraars bij volgende verkiezingen en wijzen ze daarom vrijspraak op basis van het ongrondwettig en disciriminerend karakter van de kieskring af. Dit is natuurlijk onaanvaardbaar. De rechtsstaat houdt precies in dat de burger tegen onwettige handelingen van de overheid (zoals een discriminerende kieskring) door hoven en rechtbanken wordt beschermd. Hier beleven we precies het tegenovergestelde : de rechtbanken belonen de overheden en verantwoordelijken die de grondwet aan hun laars lappen. Het spreekt vanzelf dat - gezien de principiële aard van de zaak - de BHV-dienstweigeraars alle rechtsmiddelen zullen uitputten. Zolang de veroordelingen niet definitief zijn, blijven we geloven dat de rechtsstaat uiteindelijk zal zegevieren, en dat de BHV-dienstweigeraars dus zullen vrijgesproken worden.

Gelukkig zijn er ook nog vele gemeentebesturen van Halle-Vilvoorde die wel begrip opbrengen voor goedmenende burgers die hun nek hebben uitgestoken en weigerden mee te werken aan de onwettige verkiezingen. En dat is wel een hart onder de riem !

Financiële steun

De totale kost van alle boetes kan oplopen tot 30000 EURO mochten alle veroordelingen bevestigd worden in beroep en cassatie. Daarnaast draagt de werkgroep BHV ook alle gerechts- en advocatenkosten. Gezien het groot aantal zaken lopen deze kosten flink op.

Daarom heeft het Halle-Vilvoorde Komitee op 28 december 2007 een eerste, beperkte oproep tot solidariteit gelanceerd naar de 1500 kandidaat dienstweigeraars die niet werden opgeroepen als bijzitter of voorzitter voor de verkiezingen. Hen werd gevraagd een bijdrage van 10 EURO te storten. Deze oproep heeft een enorm succes gekend (meer dan 20% steuners). Bovendien heeft dit een spontane actie van solidariteit op gang gebracht vanuit de Vlaamse verenigingen (Marnix Ring, Davidsfonds). Zo zal het ANZ per toegangskaart voor het Zangfeest op 22 april 2008 een bijdrage schenken van 0.5 EURO.

Als gevolg van deze steunoproep is ook vanuit de Vlaams-Brabantse gemeenten een spontane actie voor financiële steun aan de dienstweigeraars op gang gekomen, onder impuls van gemeenteraadsleden en burgemeesters. Tot op 16 maart hebben de gemeenteraden of colleges van burgemeester en schepenen van 11 Vlaams-Brabantse gemeenten daadwerkelijke financiële steun toegezegd door een subsidie te verlenen aan het Halle-Vilvoorde Komitee. Het gaat hier over de gemeenten Meise, Affligem, Lennik, Ternat, Gooik, Sint-Pieters-Leeuw, Halle, Herne, Grimbergen, Roosdaal en Overijse. Vele andere Vlaams-Brabantse gemeenten overwegen dit voorbeeld te volgen.

Daarnaast doen ook een aantal lokale mandatarissen van Vlaams Belang en N-VA hun duit in het zakje: de fracties van deze partijen in de provincieraad van Vlaams-Brabant en in Beersel hebben beslist een zitpenning af te staan voor het boetefonds. In Dilbeek heeft een schepen van N-VA een steunrekening geopend. Ongetwijfeld zijn er nog ander initiatieven onderweg, waarvan wij niet op de hoogte zijn.

De werkgroep BHV dankt Vlaams-Brabant voor deze blijken van solidariteit.

Halle-Vilvoorde-Komitee (namens de werkgroep BHV)