De Franstalige partijen verwijzen in hun verdediging van de drie niet-benoemde burgemeesters van Kraainem, Wezembeek-Oppem en Linkebeek vaak naar de onbestrafte BHV-burgemeesters.

Een manke vergelijking: de BHV-burgemeesters hebben op geen enkel ogenblik de wet overtreden, hoogstens hebben zij hun opdrachten (verzending van de kiesbrieven) niet naar behoren vervuld. Zij hebben de toezichthoudende overheid laten weten die taak niet te kunnen uitvoeren en die heeft dan maar de gouverneur van Vlaams-Brabant aangesteld als regeringscommissaris.

Een gelijkaardig 'signaal' hadden de burgemeesters van Kraainem, Wezembeek-Oppem en Linkebeek ook kunnen geven. Zij hadden aan hun opdracht kunnen verzaken en de gouverneur dan maar zijn ding laten doen. Zij deden dat echter niet en verstuurden de kiesbrieven naar taalaanhorigheid. Een meervoudige overtreding van de wet: de taalwetten enerzijds en anderzijds de wet op de privacy - om die brieven naar taalaanhorigheid te kunnen versturen moet men bestanden aanleggen van de taalvoorkeur van de inwoners van de gemeente - hetgeen volgens de wet niet toegestaan is.

Hetgeen de zaken verergert is dat men deze wetten in het verleden reeds meermaals juridisch heeft aangevochten, zonder resultaat en dat men - ook nu nog - de wet blijft negeren of miskennen. De burgemeester van Wezembeek-Oppem vond het gisteren bijvoorbeeld opnieuw nodig om die onwettige regels van een niet-bevoegde overheid te betwisten.


Raad van State - arresten 138.860 tot 138.864 van 23 december 2004
De interpretatie van de rechten van wie in de randgemeenten in het Frans wil worden bestuurd, moet stroken met de voorrangsstatus van het Nederlands in die gemeenten. De geschetste ruime interpretatie (door Kraainem en Linkebeek in casu) strookt hiermee niet aangezien de aangehaalde bestuurspraktijken in wezen leiden tot een stelsel van tweetaligheid, waarbij de taalvoorkeur van personen zelfs in bestanden wordt vastgelegd.