In een antwoord op een vraag van Bart Laeremans en Jan Jambon stelde minister van Binnenlandse Zaken dat "de vraag rijst of het bewuste artikel 40 van het politiereglement - het verbieden van samenscholingen, betogingen en optochten zonder vergunning van de burgemeester - op basis waarvan de administratieve boetes worden opgelegd, wel verzoenbaar is met de grondwettelijke rechten en vrijheden".

Uit het (voorlopig) verslag van de commissie binnenlandse zaken van woensdag 28/5 (CRIV 52 COM 231)

26 Samengevoegde vragen van
- de heer Bart Laeremans aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de betogingstaks voor TAK-militanten" (nr. 5582)
- de heer Jan Jambon aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de boetes voor de TAK-militanten" (nr. 5610)

26.01 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, op 19 mei, heel recentelijk dus, werden 18 mensen aangeschreven door de provinciaal sanctionerende ambtenaar van Vlaams-Brabant, ten gevolge van hun aanhouding op 14 april in Wezembeek-Oppem.

Over die kwestie hadden wij reeds een debat in de commissie, maar wat nu gebeurt, is toch een stap verder. Het was toen ook niet te verwachten. De politie is op die dag – dat heb ik toen reeds gezegd – met buitensporig geweld opgetreden tegen vreedzame mensen. Op het ogenblik van hun aanhouding waren zij zelfs helemaal niet aan het manifesteren. Het optreden ging in tegen de gebruiken die al jaren gegroeid zijn ten aanzien van manifestanten van het Taal Aktie Komitee, die vreedzame mensen zijn en ongeveer wel weten binnen welke grenzen zij actie kunnen voeren en binnen welke grenzen zij mogen en op een aanvaardbare wijze kunnen worden opgepakt.

Door dit politieoptreden dreigen brave mensen veroordeeld te worden tot vrij hoge administratieve boetes van 150 euro. Nochtans hadden zij, volgens het pv van de politie, niets meer gedaan dan, ik citeer “wat geroepen en weggelopen met zichtbare pamfletten in de hand en op die manier tevergeefs getracht de discipline te verstoren”. Zo staat het in het pv. Dat is toch niet echt spectaculair.

Als wij de bedragen bij elkaar tellen, dan komt dat voor het Taal Aktie Komitee neer op 3.000 euro. Als men elke keer op die manier wordt geïntimideerd bij het voeren van acties, dan worden acties natuurlijk onmogelijk. Dit soort politiesancties is nochtans niet in het leven geroepen om de vrije meningsuiting te beteugelen, hetgeen hier duidelijk gebeurt. Door het afwenden van dit systeem worden protestbetogingen in de toekomst haast onmogelijk. Dit precedent dreigt gevolgen te krijgen, ook op andere plaatsen, met alle problemen van dien. Het democratische karakter van onze samenleving komt hierdoor ernstig in het gedrang. Als dit de regel wordt, als men voor elke manifestatie waarbij men wordt opgepakt zomaar dit soort hoge boetes krijgt, dan dreigen wij te vervallen in een politiestaat. Het wordt dan zeer moeilijk om het democratische recht om te manifesteren te handhaven.

Mijnheer de minister, hoe oordeelt u over deze verontrustende evolutie? Dreigt dit geen nefaste gevolgen te hebben voor het recht op vrije meningsuiting in dit land? Acht u de mogelijke sancties in overeenstemming met de ratio legis van de GAS-wet? Hebt u weet van precedenten ter zake? Vindt u het normaal dat politiediensten misbruikt worden in een soort van privéoorlog – laten wij de feiten even noemen zoals ze zijn – van een niet-benoemde burgemeester, die hopeloos gefrustreerd is? Welke initiatieven neemt u om dit soort machtsafwending in de toekomst te voorkomen?

26.02 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega Laeremans heeft de omstandigheden correct geschetst. Ik hoef ze dus niet te herhalen. De acties van het Taal Aktie Komitee worden gekenmerkt door een hoog Tijl Uilenspiegel-gehalte. De organisatie neemt doorgaans de verantwoordelijkheid op voor haar daden. Zij hebben enige staat van verdienste in het actievoeren. Op dat vlak zijn zij niet aan hun proefstuk toe.

Wat nu in Wezembeek-Oppem gebeurt, is toch wel ongezien. Voor mij betekent dat zoveel als het monddood maken van elk Vlaams protest ter plaatse tegen de onwettige daden van de niet-benoemde burgemeester van Wezembeek-Oppem.

De TAK’ers die deze brief in hun bus hebben gekregen, kan niets anders ten laste worden gelegd dan het gebruikmaken van hun grondwettelijk recht op vrije meningsuiting en het aanklagen van een onwettige situatie, en dit met absoluut geëigende middelen waarin men op geen enkele manier het wettelijk voorziene kader te buiten is gegaan.

Ik wil daarom een aantal vragen stellen. De gemeentelijke administratieve sancties werden ingevoerd met de bedoeling om de kleine criminaliteit die door het parket meestal zonder gevolg werden geklasseerd toch niet onbestraft te laten. De gemeente kan een dergelijke sanctie zelf opleggen onafhankelijk van parket of politierechter.

In dit geval wordt een administratieve sanctie gebruikt om elke protestmogelijkheid tegen te gaan. Hoe staat u tegenover het gebruik van administratieve sancties in dergelijke gevallen en in de casus in Wezembeek-Oppem?

Wat is uw visie ten opzichte van dat bewuste artikel 40 van het politiereglement van Wezembeek-Oppem?

26.03 Minister Patrick Dewael: Mijnheer de voorzitter, collega’s, de wet van 13 mei 1999 over de gemeentelijke administratieve sancties laat de gemeenteraad toe om gedragingen die overlast veroorzaken op te nemen in een politieverordening. Die gedragingen kunnen dan worden bestraft door middel van administratieve sancties.

U weet dat politieverordeningen kunnen worden aangevochten bij de Raad van State. De wetgeving op de gemeentelijke administratieve sancties voorziet bovendien in de mogelijkheid van een hoger beroep bij de politierechtbank. Er is het principe van de scheiding der machten en dan moet men de afhandeling van procedures afwachten.

Ik wil nog een zaak toevoegen. Naar de letter van de wet volgt de gemeente misschien een juridisch correcte procedure, maar de vraag rijst inderdaad of het bewuste artikel 40 van het politiereglement - het verbieden van samenscholingen, betogingen en optochten zonder vergunning van de burgemeester - op basis waarvan de administratieve boetes worden opgelegd, wel verzoenbaar is met de grondwettelijke rechten en vrijheden.

Het komt aan de rechterlijke macht toe daarover te oordelen. Ik heb hierbij echter ook persoonlijk mijn bedenkingen. Ik denk dat we de wetgeving op de gemeentelijke administratieve sancties vanuit een andere filosofie hebben gecreëerd.

26.04 Bart Laeremans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik kan er niets aan toevoegen. Ik ben dus blij met uw antwoord. Wij zullen het aan de betrokkenen bezorgen.

26.05 Jan Jambon (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord.